Vervoer naar de kerkdienst

« Terug naar het nieuwsoverzicht

Vervoer naar de kerkdienst

Ook oude en terminaal zieke mensen moeten een kerkdienst kunnen bijwonen. Dat vinden Wilco Spies (22), Lydia de Roode (17) en Regina van Schaik (16) uit Kesteren. De drie hervormde jongeren halen hen op van hun kamer en brengen hun ‘patiënten’ naar een zaal in het revalidatiecentrum Vrijthof in Tiel. Met rolstoel, rollator of zelfs met bed en al.

Hun dominee, ds. A. Snoek werd gevraagd zo nu en dan te preken in het revalidatiecentrum, vertelt Wilco. „Ze vroegen hem meteen of hij mensen kon regelen die ouderen en zieken willen ophalen voor de kerkdienst. Wij zitten op de jeugdvereniging, dus zo kwam hij bij ons uit.”

Voor Wilco is het een nieuwe ervaring, want hij werkt niet in de zorg. „De mensen die ik moet ophalen zijn heel verschillend. De een is oud, een ander zit op de gesloten afdeling. De een is een vlotte babbelaar, de ander stil.”

Glimlach
Confronterend vindt Lydia het om te zien dat de mensen die ze vervoert het niet altijd makkelijk hebben. „Sommigen kunnen moeilijk communiceren. Wat is het dan bijzonder als ze een beweging maken of naar je glimlachen.”

„De afgelopen keer had ik mijn zusje meegenomen”, vertelt Regina. „De vrouw die ik toen wegbracht, kreeg een brede glimlach op haar gezicht en vroeg me wie zij was. Het is mooi om te zien hoe ouderen kunnen genieten van kleine kinderen. Ik maak graag een praatje met hen. Ze genieten van het contact, en daar word ik dan weer vrolijk van.” Lydia herkent dat gevoel. „Door er voor hen te zijn, kun je hen bemoedigen.”

Sommige bezoekers van de dienst worden met bed en al de kerkzaal ingereden, zag Wilco. „Dat greep me aan. Dat iemand, ondanks dat hij niet kan lopen, tóch komt. De wil om te komen is er nog steeds.”

Einde
Een oudere luistert anders naar de preek dan zijzelf, denken de drie transporteurs. „Als jongere denk je dat je nog een heel leven voor je hebt liggen”, zegt Wilco. „Ouderen weten vaak dat het einde dichterbij komt en ze bijna voor Gods aangezicht moeten verschijnen.” „Ze weten net als wij niet hoe lang ze nog hebben”, zegt Regina, „maar ik denk als jongere minder na over het einde.”

Lydia leert door haar vrijwilligerswerk dat ze op een eenvoudige manier van toegevoegde waarde kan zijn voor mensen. „Voor ons is het een kleine moeite, voor hen een groot plezier.” Regina is blij dat ze „een middel mag zijn om mensen naar een kerkdienst te kunnen laten luisteren. Ik ben maar een kleine schakel die mensen ophaalt en wegbrengt, maar toch.”

Wilco vindt het mooi om mensen naar Gods huis te brengen als ze zelf niet meer kunnen gaan. „De een heeft hele verhalen, een ander zegt bijna niets. Maar mensen waarderen het, dat zie je aan hun blikken. Ze vinden het leuk als er eens wat jongeren op hun afdeling komen. Ik doe het graag. We hebben elkaar nodig in deze wereld.”