Thema veelbelovend

Toen je als klein kind gedoopt werd, betuigde God met kracht dat Christus het Lam van God is dat de zonde van de wereld wegneemt (Joh 1:28). Het werd zelfs verzegeld aan het voorhoofd, toen daar het doopwater over heen vloeide.

Wat beloofd God veel in de doop! Hij is waarlijk een veelbelovend God! Hij belooft vergeving van zonden, kwijtschelding van schuld, eeuwig leven, aanneming tot kind, verheerlijking…

Wat er bij de doop gebeurt, zou je kunnen samen vatten met de woorden: ‘Ik ben u tot een God, wees Mij dan tot een kind’. Die woorden zijn veelbelovend, maar tegelijkertijd ook diep aangrijpend. In die woorden horen we dat wij verloren zonen en dochteren zijn. Geschapen door de hemelse Vader, maar weggelopen, net als de verloren zoon. De verloren zoon eiste zijn erfdeel op, wenste daarmee zijn vader dood en verliet het huis. Daar heb je de zonde van Adam en Eva, die wij keer op keer met onze zonden bevestigen.

Maar in de doop wordt tegelijkertijd uitgebeeld, dat de Vader op de uitkijk staat voor die verloren zoon of dochter. Daar kan en mag niet aan getwijfeld worden. Het wordt zelfs verzegeld aan je eigen voorhoofd. Kan God dichter bij komen als Hij zo veel belooft?

Maar wat komt het er voor ons dan op aan om in die woorden te geloven. Hoe? Door onze handen leeg te maken. Hoe? Door zonden te belijden en schuld te erkennen: des doods waardig. Hoe? Door die lege handen tot God op te heffen en van Hem alles te verwachten. Hoe? Door Christus te zien en alles wat hij volbracht heeft. Hoe? God wil die lege handen vullen met alles wat Christus verdiend heeft: vergeving van zonden, kwijtschelding van schuld, eeuwig leven, aanneming tot kind, verheerlijking…

Wat is God toch een veelbelovend God en een totaal verloren mens. Alles uit Hem, niets uit ons.