“Toen zei ik: ”Zie, ik kom”.

Een heel duidelijk voorbeeld daarvan is wel Psalm 40. Zie, Ik kom. Daarin kijk je de Heere Jezus in Zijn hart. In de eeuwigheid. Toen heeft Jezus gezegd: Ik kom. Ik kom naar de wereld. Vader, U vraagt het Mij, Ik kom. Heel het Oude Testament door hoor je het als het ware klinken op elke bladzijde: ik kom. En Ik kom om Uw wil te doen. Als Koning Die zorgt dat zondaren zalig zullen worden. Die zegent met vrede en eeuwig leven en de Heilige Geest. Jezus verwerft de vrede met God, eeuwig leven, nieuw leven, de Heilige Geest. Daarvoor is Hij gekomen. Dat klinkt als muziek in de oren als je nooit de wet kunt houden, altijd weer terugvalt. Aan de eeuwige dood onderworpen bent.

En zo klinkt het elke zondag. Ik kom. In de prediking. Ik kom. Ongevraagd. Ik wacht niet tot zondaren Mij roepen, naar Mij vragen. Ik kom. Ik heb vrede met God verworven, eeuwig leven, nieuw leven, de Heilige Geest, vergeving van zonden. En ik breng het u en jou. Ik kom het uitdelen. Ik breng het u. En jou. Laat het u schenken. Laat het u geven. Neem het in ontvangst. Klinkt dat als muziek in de oren? Het is eeuwig leven ontvangen of de eeuwige dood tegemoet gaan.

Ik kom. De adventsroep van Jezus. Dat zal Jezus nog éénmaal zeggen: als Zijn Vader Hem opdraagt: Zoon, ga terug naar de wereld om de schepping te vernieuwen, om Mijn vijanden weg te doen daaruit en weg werpen en om Mijn kinderen te verlossen en eeuwig plaats te geven op de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. En Jezus zegt: Ja, Ik kom

Ik kom. Dat zou als muziek in de oren mogen klinken van allen die Hem kennen. Voor wie hier te zuchten heeft en te strijden. Voor wie hier lijdt en kruisdraagt. Ik kom. Om u tot Mij te nemen in eeuwigheid. Die dan verlost zullen worden voor eeuwig en volmaakt. En de echo in het hart mag zijn: Heere Jezus, kom.

Ds. D. Breure, Waarder

Heilig luieren

Heilig luieren, dat betekent: even stilstaan. Nadenken. Bidden. In de natuur gaat dat vaak het beste. Bijvoorbeeld bij een stromend beekje. Even je gedachten richten op wat echt belangrijk is. Wat doet er nou echt toe in het leven? Wie is God? Ken ik Hem, kan ik voor Hem verschijnen? Wie of wat is mijn houvast? Zijn er dingen die ik beter kan loslaten? En dat kan best eng zijn, loslaten.

In het boekje "Rondom de enge poort" vertelt C. H. Spurgeon van een man die in een donkere nacht verdwaalde en – zo dacht hij – terechtkwam bij de rand van een afgrond. Hij dacht: Help, daar kan ik elk ogenblik in vallen. Wat deed hij? Hij greep zich vast aan een tak van een oude boom. En daar hing hij urenlang, bang dat hij, als hij zou loslaten, te pletter zou vallen. Uiteindelijk kon hij het niet langer volhouden, liet de tak los, viel… en kwam een paar meter lager terecht op een zachte helling die bedekt was met mos. Hij had zich dus gerust veel eerder kunnen laten vallen. “Laat alles los, behalve Christus, en laat je vallen.”

Een mooie, gezegende ‘heilig-luiervakantie’ toegewenst!

Gods liefde voor deze wereld

“Want alzo lief heeft God de wereld gehad dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verderve, maar eeuwige leven hebbe.” De geboorte van de Zoon van God is het bewijs hoe lief God de wereld heeft gehad. En de wereld dat bent u, dat ben jij, dat ben ik. Die wereld dat zijn wij. Want de wereld is het woord bij uitstek dat aangeeft: er is geen verschil. Kijk, je kunt natuurlijk in allerlei opzichten verschil maken. Vanouds was er het verschil: Joden en niet-Joden. En vooral sommige Joden wilden dat verschil hoog optrekken. Je kunt ook het verschil maken tussen christenen en niet christenen. Of het verschil: terroristen en gewone menslievende burgers. Of het verschil: kerkgangers en mensen die zelden naar de kerk gaan. Of het verschil: vrome, gelovigen mensen en ongelovige mensen. Maar het woord ‘wereld’ gooit iedereen op dezelfde hoop. Van alle mensen, hoe je ze ook kunt opdelen in soorten, van alle mensen geldt: wereld. De van God afgevallen wereld. De mensheid die in zonden ontvangen en geboren wordt.

God heeft de wereld lief. Zonder onderscheid. God sluit niemand buiten. Dan moeten wij dat ook niet doen. Omdat je jezelf niet op één hoop wilt laten vegen met alle andere mensen. Met terroristen, moordenaars, bedriegers, zwervers, criminelen. De wereld. Die wereld, daar wil ik niet bij horen. Maar dat is de wereld waar je bij hoort. Al probeer je het mogelijk voor jezelf wat dragelijker te maken door er de fatsoenlijke wereld of de kerkelijke wereld van te maken. Om op die manier niet bij die wereld te hoeven horen.

Maar hoor hoe bijzonder het Evangelie klinkt: God heeft de wereld lief, voor wie zich niet buiten of boven de wereld kan plaatsen. Wat je ook hebt gedaan en geprobeerd en hoelang je het ook al hebt geprobeerd: je blijft wereld. Je blijft zondaar. Je blijft onzuiver begeren, onrein verlangen. Wereld. En ik kom maar niet los van mijn zonden en boven mijn zondigheid uit. Als God wereld zegt, dan hoor ik daar in elk geval bij. En God heeft de wereld lief. Zonder onderscheid. Ook mij? Ja ook mij!

Als je daar iets van begrijpt dan word je echt verwonderd. Dan kun je dat eigenlijk niet goed begrijpen. “Dat U mij liefheeft. Ik, die alles ben en doe om U af te stoten, maar U hebt mij lief. Ik, die waardig ben, het ernaar maak door U gepasseerd te worden, U hebt mij lief. Hoe is het mogelijk?” Laat dat de bron zijn in het werk met jongeren.

Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft. En nu staat er geen punt. Maar een komma. Namelijk opdat ieder die in Hem gelooft niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. Het doel van de gave van Gods Eniggeboren Zoon is: dat ieder die in Hem gelooft niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. Kijk, nu gaat onze tekst verschil maken. Verschil tussen verderven en eeuwig leven hebben. En dat verschil dat zit hem in het geloven. Dat is veelzeggend: om verloren te gaan, te verderven onder Gods toorn, hoeft er niks te gebeuren. Helemaal niks. Eén ding is nodig: geloven! Geloof in Hem.

In Gods eniggeboren Zoon. Lees de Bijbel in jeugdwerk en gezin. Luther zegt ergens: “Elke tekst is een noot. Als ik hem open pel, komt er Christus uit. Iets van Zijn ambten, iets van Zijn staten, iets van Zijn naturen, iets van Zijn Namen.” Bijbel lezen met je kinderen, dat is Jezus aanwijzen. Iets van Jezus aanwijzen. Hij komt brengen, een schip gevuld met: vergeving, kindschap, nieuw hart, de heilige Geest, open ogen, vernieuwde wil, de hemelse heerlijkheid, vrijspraak. Dat is opvoeden!

En wat is dan dat geloven? Dat blijkt wel uit het verband van onze tekst: God geeft Zijn eniggeboren Zoon. En in het Evangelie geeft Hij Hem aan mij. En de heilige Doop onderstreept: ook aan jou. Geloven is: aannemen wat je gegeven wordt. In ontvangst nemen wat je gegeven wordt. De Engelse catechismus, de Westminster zegt: “Geloven is een zaligmakende genade van God waardoor wij Christus ontvangen, aannemen, zoals Hij ons wordt aangeboden.” Hem je laten schenken. Dat je zegt: “Heere, laat Hem de mijne zijn. Dat bewijs van Uw liefde, dat heb ik nodig. Geef Hem ook mij!” Dat is geloof. Je handen gaan open en je bidt: “HEERE, legt U Hem er maar in.”

En daar valt de scheiding. Want ongeloof slaat Hem af en weg. Ongeloof slaat Jezus weg. In elk geval nu nog. Als Jezus je wordt aangeboden, weiger je Hem te ontvangen. Misschien met de gedachte: later, niet nu. Maar vandaag sla je Hem af, stap je over Hem heen. En je blijft verloren. Gedoopt of niet. Wie niet zal geloofd hebben, die zal verdoemd worden. Dat is het eerlijke en radicale van het Evangelie. Kom dan tot Jezus, aarzel niet langer. “Gelooft Zijn heil en troostrijk Woord, verhard u niet. Maar laat u leiden!”

“Zoek Mij en leef!”

De kinderdoop laat het altijd zo mooi zien: al voor wij de HEERE kunnen of willen zoeken, vraagt Hij naar ons. Hij wil dat wij Hem zoeken en leven (Amos 5:4). Echt waar. Het is niet de stem van een ander, die zegt: “Zoek Hem.” Dan zouden we ons nog af kunnen vragen: zou Hij het Zelf wel willen, wil Hij Zich wel laten vinden? Maar het is de stem van de HEERE Zelf, Die zegt: “Zoek Mij.” Deze stem wil het Hervormd Jeugdwerk graag doorgeven en helpen doorgeven.

Het is de stem van de HEERE, Die heilig en genadig is, rechtvaardig en vol liefde. Die de zonde haat en zondaren wil behouden. Dat is de Vader, Die ons van alle goed wil verzorgen en alle kwaad ten beste keren wil. Dat is de Zoon, Die wast in Zijn bloed van al onze zonden. Dat is de Heilige Geest, Die ons Christus toe-eigent en ons hart vernieuwt. Deze God wil Zich laten kennen door zondaren. Zoek Mij en je zult leven. Leven in vrede met Mij, leven uit Christus, leven als kind van de Vader, leven als erfgenaam van de eeuwige heerlijkheid. Eeuwig leven.

“Zoek Mij”, zegt Hij. Als we iets of iemand moeten zoeken, is onze eerste vraag: Waar dan? In de tuin of binnen, beneden of op zolder? Je kunt moeilijk heel het dorp doorzoeken. Waar zullen we de HEERE zoeken? In Zijn Woord. Thuis, in het gezin, in de gemeente, de kerkdiensten, tijdens de catechisaties, in het club- en kringwerk. Daar wil Hij Zich laten kennen en Zich laten vinden.

“Zoek Mij en leef.” Als je ernstig ziek bent, wat doe je dan niet allemaal om te kunnen blijven leven. Afstand, tijd en geld spelen geen rol meer. Je hebt het er allemaal voor over, want je wilt niet sterven. Wat zou je dan niet moeten willen doen voor het eeuwige leven! Want anders zullen we eeuwig sterven, eeuwig omkomen in onze zonden en in Gods toorn. Deze ernst wil het Hervormd Jeugdwerk ook overbrengen en helpen overbrengen in al het jeugdwerk.

En toch, en toch: er is niemand die God zoekt, ook niet één! Vreselijk! Maar: de HEERE zoekt. Hij zoekt en Hij wint in door Zijn Geest en Woord. Hij moet het doen en: Hij zal het doen. Hij wil er het winterwerk voor gebruiken. Zouden we Hem er niet om bidden? Vurig bidden en smeken, pleitend op Zijn eigen belofte?

Thema: met blijdschap reizen

De moorman was naar Jeruzalem gegaan om de Heere te aanbidden. Met aanbidden wordt de hele dienst van God bedoeld. Hoe de moorman daartoe is gekomen, staat niet in de Bijbel. Of hij een proseliet was, weten wij niet. Wel weten wij dat hij niet mee mocht doen met de dienst van God in de tempel. Hij was een kamerling (Deut. 23). En toch had de Heere voor deze man een rijke  belofte (Jes. 56:3, 4).
Op de terugweg leest hij in Jesaja. Hij begrijpt het niet helemaal. Maar de Heere geeft hem een uitlegger. De Heere zegent die uitleg. De Heilige Geest opent zijn ogen voor het Lam uit Jesaja 53. Dat is de Heere Jezus. Als hij geloofsbelijdenis heeft gedaan en gedoopt is, reist hij zijn weg met blijdschap. Elke dag komt hij een stukje dichter bij die grote dag waarop hij zijn Zaligmaker zal zien zoals Hij is. Al zijn er dagen dat zijn hart bedroefd is, toch reist hij met blijdschap. Hij weet nu immers waarheen hij op reis is. Hij weet nu Wie er met hem meereist.

De moorman had genoeg aan Christus, zonder ooit genoeg van Hem te krijgen. Ken jij dat?

Meditatie n.a.v. Handelingen 8: 39b ...want hij reisde zijn weg met blijdschap.


Bron: dagboek Concreet, uitgeverij de Banier.

Thema: Hoor de Wekker!

Waakt dan te aller tijd. Waakt in 2016. Wat zie je, wat merk je aan tekenen dat de dag de verlossing nabij is? Dat Jezus komt? Beginnen ze al, gaan ze voort, verhevigen ze? Zijn er oorlogen en geruchten van oorlogen? Zijn er terroristische aanslagen? Zijn er volken die tegen elkaar opstaan met vluchtelingenstromen tot gevolg? Natuurrampen en dreigingen daarvan? Houd het in de gaten, wees er alert op!

     Maar ook: zijn er vervolgingen? Neemt de vervolging toe wereldwijd? En in welke mate? Volg het in een christelijke krant, iets van Open Doors, Friedensstimme of SDOK. Houd het in de gaten, wees er alert op!

     En ook: zijn er verzoekingen? Dat mensen zich uitgeven voor Jezus, de Christus, maar het niet zijn? Dwalingen die mensen mee willen slepen: hier moet je zijn, hier is Jezus, hier werkt Hij, bij ons moet je zijn. Houd het in de gaten, wees er alert op!

     En ook: hoe gaat het met Israel? Vooral geestelijk gezien? Hoe gaat het met de Messiasbelijdende Joden? Groeit hun aantal? Volg stichtingen die contacten onderhouden met deze Joden die in Jezus geloven. Houd het in de gaten, wees er alert op. Bid erom.

     En ook: hoe gaat het met het bereiken van alle volken met het Evangelie? Met zendingswerk, ook via internet, en Bijbelvertaalwerk? Vordert dat, neemt het toe? Bijv. Wycliffe vertaalwerk, GZB, Bonisa enz. Houd het in de gaten, wees er alert op, bid erom.

Waakt te aller tijd, altijd, onafgebroken. Elke dag, elke week van 2016.

Want als we dat nalaten, als we het waken verslappen, dan vallen we in slaap. Wie niet waakt valt in slaap. Vers 34 noemt waardoor dat komt. Als je niet waakt, dan wordt je hart bezwaard met brasserijen (feesten), dronkenschap en zorgvuldigheden des levens. Als je niet waakt dan ga je het leven vieren. Het moet toch een feest zijn. Het leven moet leuk zijn, moet genoten kunnen worden. En van daaruit kies je en maak je je keuzes en leef je. En dronkenschap. Dat geldt letterlijk dronkenschap, maar alles waardoor je in een roes komt waardoor de dingen niet helder meer ziet en onderscheidt. De roes van je werk, je werk, van je sport, je sport, van je hobby, je hobby, van je vrienden, je vrienden, van popmuziek, popmuziek. Dat geldt de zorgvuldigheden van het leven: dat zijn alle zorgen. Alle zorgen voor gewone dingen als je je hart gaan bezetten, als ze je bezig blijven houden, als je ze niet los kunt laten, niet weg kunt geven aan God, maar er zelf mee blijft piekeren.

Wat een verzoeking in 2016: het leven moet een feest zijn en blijven, de roes van dit of van dat, de bezorgdheid die je niet kwijtraakt. En je valt geestelijk in slaap. Je waakt niet meer. En de dag der verlossing… je ziet hem niet meer, je verwacht hem niet meer, laat staan dan je er naar verlangen zou.

Elke preek is een wekker! Een wekker om ons te doen ontwaken.

N.a.v. Lucas 21:25-36 vers 36a “Waakt dan te aller tijd.”

Thema veelbelovend

Toen je als klein kind gedoopt werd, betuigde God met kracht dat Christus het Lam van God is dat de zonde van de wereld wegneemt (Joh 1:28). Het werd zelfs verzegeld aan het voorhoofd, toen daar het doopwater over heen vloeide.

Wat beloofd God veel in de doop! Hij is waarlijk een veelbelovend God! Hij belooft vergeving van zonden, kwijtschelding van schuld, eeuwig leven, aanneming tot kind, verheerlijking…

Wat er bij de doop gebeurt, zou je kunnen samen vatten met de woorden: ‘Ik ben u tot een God, wees Mij dan tot een kind’. Die woorden zijn veelbelovend, maar tegelijkertijd ook diep aangrijpend. In die woorden horen we dat wij verloren zonen en dochteren zijn. Geschapen door de hemelse Vader, maar weggelopen, net als de verloren zoon. De verloren zoon eiste zijn erfdeel op, wenste daarmee zijn vader dood en verliet het huis. Daar heb je de zonde van Adam en Eva, die wij keer op keer met onze zonden bevestigen.

Maar in de doop wordt tegelijkertijd uitgebeeld, dat de Vader op de uitkijk staat voor die verloren zoon of dochter. Daar kan en mag niet aan getwijfeld worden. Het wordt zelfs verzegeld aan je eigen voorhoofd. Kan God dichter bij komen als Hij zo veel belooft?

Maar wat komt het er voor ons dan op aan om in die woorden te geloven. Hoe? Door onze handen leeg te maken. Hoe? Door zonden te belijden en schuld te erkennen: des doods waardig. Hoe? Door die lege handen tot God op te heffen en van Hem alles te verwachten. Hoe? Door Christus te zien en alles wat hij volbracht heeft. Hoe? God wil die lege handen vullen met alles wat Christus verdiend heeft: vergeving van zonden, kwijtschelding van schuld, eeuwig leven, aanneming tot kind, verheerlijking…

Wat is God toch een veelbelovend God en een totaal verloren mens. Alles uit Hem, niets uit ons.

Thema: Rust

Vakantie kan dan heerlijk zijn, even geen ‘moeten’, even minder impulsen, gewoon rust. Maar is dit wel échte rust? Worden we van vakantie wel rustig? Onderzoeken lijken soms het tegendeel uit te wijzen. Ware rust is een geschenk van God. Hij is het die ware rust geeft. Zo lezen wij in Deuteronomium dat het de HEERE is die Israël rust zal geven. In Jesaja 14:3 en 7 wordt gesproken over de HEERE die rust geeft, ja de ganse aarde doet rusten. Hoe? Hij ontfermt zich. De Heere Jezus zegt in Mattheus 11: ‘Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven’. ‘Leert van Mij’, zegt Hij daar in vers 29, ‘en gij zult rust vinden’.

Leren bij de Heere, aan Zijn voeten zitten. Maar dan dus ook: je láten leren, je láten gezeggen door Hem. Zo, is er rust. Omdat de Heere Jezus alles volbracht heeft. Omdat Hij het juk gedragen heeft. Wat is er in Hem niet te vinden. Alles waar ons hart zo naar verlangt en waar wij niet zonder kunnen. Door Hem en in Hem wordt hersteld wat verloren gegaan is.

Na de schepping in zes dagen was de eerstvolgende dag rustdag. De schepping hijgt naar de grote Sjabbat, de grote rust. Laten wij ons daarop voorbereiden door te zorgen in Christus geborgen te zijn.

Thema de zalige ruil

Het gaat over een rijsje dat opschiet en een wortel uit dorre aarde. En we zien het voor ons. Dat kleine tere twijgje dat opkomt op een plaats waar niemand het verwacht. Een jong teer plantje in die aarde? Op die plaats? Maar het is daar zo dor en droog…

Het gaat over een man die nu niet bepaald iets heeft wat wij begeren. Sterker nog, het is een veracht mens. Degenen die hem zien en voorbijlopen, draaien hun hoofd om. Wat hij meemaakt wil je niet me beleven en hoe hij eruit ziet, wil je niet zien.

Kijk eens goed naar die man. Hij is ziek, hij is verwond, hij is verbrijzeld, hij zit vol striemen. Nee, laten wij ons hoofd maar omdraaien voor hem.

We zien het voor ons, een lam dat geleid wordt naar de slachtplaats. Een lam dat niet tegenstribbelt, maar volkomen gewillig zijn weg gaat. Als het lam gereed gemaakt wordt voor de slachting, horen wij niets. En daar gaat dit lam…

Het gaat om één en dezelfde Man. Keer op keer staat er: Hij…, Hij…, Hij…

Maar die Man heeft blijkbaar ook alles met ons te maken. We lezen immers ook: om ons…, om ons…

Blijkbaar is er sprake van een ruil. En wat voor een ruil. Alles wat die Man meemaakt, is in onze plaats. Zijn ziekten, verwondingen, verbrijzelingen en striemen, het zijn die van ons. Hij droeg dit alles in onze plaats.

Dit Schriftgedeelte beeldt op intense wijze uit wat er van ons terecht is gekomen en hoe wij het er dagelijks van af brengen. Wij hebben God verlaten en daarom smart op smart te vrezen. Wij missen ons levensdoel voortdurend en daarom is ons leven vol gebrokenheid. Wij hebben de goede en gebaande weg verlaten en eigen wegen gekozen en belanden daarom in de dood. Wij hebben God de rug toegekeerd en daarom kan God niet anders dan ons straffen en slaan. Onze wegen zijn vol onrecht. Niet God, onze Schepper, staat centraal in ons leven, maar ons eigen ik en daarmee ook de Boze.

Maar dit Schriftgedeelte beeldt op even intense wijze Gods liefde en trouw uit. Hij schonk het liefste en kostbaarste wat Hij had, Zijn eniggeboren Zoon, tot verzoening van onze zonden. Hij kwam als het grote Licht in onze duisternis. Hij kwam als plant in een dorre aarde. Hij droeg Gods straf op onze zonden. Hij ging onder in onze dood. Maar Hij stond er ook uit op. Hij is de Levensvorst! ‘Hij schenkt uit goedheid zonder peil het eeuwig zalig leven.’

Jesaja schrijft in het eerste vers: ‘Wie heeft onze prediking geloofd?’ Geloven wij deze prediking? De prediking van onze verdorvenheid en verlorenheid. Wat snijdt het mes van Gods Woord diep in ons vlees en wat doet dit pijn. Want het is zo waar! Wij hebben op het hoogst misdaan en zijn Gods straffen waardig. Wat zit de zonde diep verankerd in ons bestaan. Als God onze ogen er niet voor opent door de kracht van de prediking en met Zijn Geest, zullen wij het nooit zien.

Jesaja schrijft in het eerste vers: ‘Wie heeft onze prediking geloofd?’ Geloven wij deze prediking? De prediking dat God in Zijn liefde Zijn enige Zoon gaf om ons te behouden. Gods Zoon kwam niet om ons te veroordelen, het vonnis over ons te voltrekken, nee Hij kwam om de Zijnen te redden. Hij strekt Zijn doorboorde handen uit naar een verloren wereld en zegt: ‘Zie hoe groot deze Mijn liefde is voor u.' ‘Wendt u naar Mij alle gij einden der aarde en wordt behouden.’

Geloven wij deze prediking? Allen een gezegende lijdenstijd toegewenst.

De Ster

Het is een heel bijzondere ster die Bileam ons mag aanwijzen. Een ster waarin onze sterren verblinken moeten. En toch, een ster waardoor ons verloren leven weer mag blinken en schitteren. Bileam heeft een apart beroep. Hij is een profeet van de duivel. In het bijzonder wordt hij gevreesd om zijn vervloekingen. Die vloek komt altijd uit. Nou, koning Balak van de Moabieten heeft juist zo’n man nodig. Hij wil het volk Israël door hem laten vervloeken.

Lukt dat? Nee! Als de Heere voor is … wie zal er dan tegen zijn? (Rom. 8:31)

Bileam moet het volk Israël zegenen. Er zal een ster uit Jakob komen. Hij weet dat Israël eens de volken zal overwinnen. Israël zal regeren. We denken aan koning David en Salomo. Bileam zegt meer. Die ster blijft. Het kan niet anders of hij mag hier al wijzen op de Heere Jezus Christus en Zijn (geestelijk) Koninkrijk. Zijn rijk en heerschappij zal geen einde hebben. Alle volkeren, alle mensen zullen zich eenmaal, te laat of door genade, moeten buigen voor Hem.

Jezus Christus is een ster van formaat. Hij is dé ster. Die ster zagen de wijzen uit het Oosten. De geboren Koning der Joden. We leven in de adventstijd. De Heere Jezus is in het menselijk vlees gekomen. Uit Jakob. Zijn naam tekent ons aller leven. Bedrieger, iemand die een ander de hiel licht, of een hak zet. Iemand die de vader van de leugen van huisuit dient. Niet in de gestalte van Bileam, maar toch … Vreselijke ontdekking wanneer je dat gaat zien. In je zelf is duisternis. De sterren in deze wereld brengen geen geluk. Hoe komt het toch, Heere, dat mijn leven telkens weer aangetrokken wordt door hen?

Bileam mag iets heel groots meedelen. Uit Jakob. Zo diep wilde de Heere Jezus in mijn vlees, in mijn zonden, in mijn verdoemelijkheid voor God afdalen. Uit Jakob, uit Israël, en tevens zullen de heidenen rijkelijk mogen delen in die heerlijke profetie. Er is hoop voor zondaren. Deze ster zorgt er nog dagelijks voor dat jongeren en ouderen alle glans om hen heen zien verbleken. Die ster gaat nog steeds op in de bitterste duisternis van zelfkennis aan zonde en schuld. Deze gezegende Heere en Heiland heeft zijn ster en glans op Golgotha laten verblinken, opdat mensen Zijn beeld weer gaan vertonen. Dan worden ze een licht. Zij zijn het niet! Maar door Zijn genade worden het wel! En dat geeft te zien. Jezelf verloochenen en Hem alleen volgen. Dat is het ware geloofsleven. Gerechtvaardigd en geheiligd slechts door en in deze Gezalfde van de Vader. Mogen we dat ook kennen, bezitten, toevallen, vanuit leven? Hij een Licht tot verlichting der heidenen. Hij gaat voorop en zondaren leren volgen. Door het licht dat Hij ontsteekt in je hart, leer je echte liefde tot God en je naaste. Het licht dat Christus brengt heeft alles te maken dat hierom de Heere Zijn aangezicht kan laten lichten in genade en vrede voor zondaren, die het elke nog inleven en belijden. Als U Uw licht laat schijnen, dan kan ik het ook laten schijnen, Heere. Dan gebeurt het ook. Waar Zijn licht in je leven aangaat, gaat het licht naar de wereld uit. Het gevolg is dat je die lichten ook leert doven in je leven. Het is alles schone schijn wat er blinkt.

Bileam profeteert. Die ster zál opgaan. Wat een belofte, al is het nog zo donker. Dan zullen ook de vijanden worden verslagen. Christus is Overwinnaar. Die Ster breekt mijn tegenstand, als het moet op de manier waarop Jezus aan Paulus verscheen, of zachter. Hij zit op de troon van mijn hart. Maar ook dit: al mijn en Zijn vijanden zullen het onderspit delven. Welke vijanden? Zonde, wereld, duivel en eigen vlees. Ik kan niet tegen hen strijden, maar Hij!!

In het laatste hoofdstuk van de Bijbel vers 16 wordt Christus zo genoemd: de blinkende Morgenster. Dat wijst op de dag die gaat komen. Zijn dag. Al Gods kinderen zullen het mogen beleven dat daar geen nacht meer zal zijn. Daar kun je wakker van liggen!

A.Snoek VDM

Klaar voor de start?

De voorbereidingen voor het nieuwe seizoen zijn ondertussen getroffen. In augustus stond alles al startklaar. Ben jij er ook klaar voor? Heb je plannen om naar de vereniging te gaan? Of zeg je misschien: 'Waarom zou ik?'

Ik ken zulke jongeren. Ze doen graag mee met van alles en nog wat, maar als de kerk hen uitnodigt, zijn ze niet thuis. ‘Nee hoor, mij te ouderwets. Ik wil graag wat meer actie. Niet te somber. Gezellig met vrienden, doen waar je zin in hebt. Pluk de dag. Maak er wat van. Je bent maar één keer jong. Het leven is voor mij één groot feest.’

Herken je dat? Misschien bij jezelf of bij je vrienden? Of ben jij iemand die juist wel graag naar de vereniging van de kerk gaat? Mag ik dan vragen waarom? Gewoon om mijn vrienden te ontmoeten, denk je misschien. Dat mag. Niks mis mee. Gewoon voor de gezelligheid. Ook goed. Maar er zijn nog meer goede redenen om te gaan.

Omdat de Bijbel opengaat bijvoorbeeld, en ik daarin lees dat het leven hier en nu een keer voorbij gaat. Omdat ik daardoor soms even stilgezet wordt. Ik ga nadenken over mijn leven en hoe het straks zal zijn. De Bijbel is als een spiegel. Ik kijk erin en zie mijn onvolkomenheden. Daar wil ik aan werken. Soms lukt het. Vaak ook niet. Ik zucht dan vaak: ‘Bah, dat het me niet lukt om dit of dat in mijn leven weg te krijgen.' Ik ervaar mijn tekort en schuld tegenover andere mensen en God.

Op de vereniging gaat de Bijbel open. Samen met mijn vrienden zie ik hoe we door God geschapen zijn. Goed. Hij zei: ‘Zeer goed.’ Ik zie ook hoe we zijn geworden. Foei. En wat een geknoei. Ik lees ook hoe de Heere Jezus ons wil redden en reinigen. Heerlijk om te lezen. Vaak vraag ik stil voor mezelf: ‘Wilt U ook mijn Redder zijn?’

Dat wil Hij! Zegt Hij het niet Zelf? ‘Ik ben gekomen om te redden en zalig te maken…' Wie? Zondaren. Ben ik er één? Of voel ik me misschien nog te goed? Ik leef netjes. Niet zoals de andere jongens en meiden die in een keet zitten, zich dronken laten voeren of het niet zo nauw nemen met relaties. Ik ben een oppassende jongen en een fatsoenlijk meisje. Een voorbeeld jongere! Kerkgang, bijbellezen, het hoort er allemaal bij. Fijn! Maar niet genoeg.

Straks staan we samen voor de hemelpoort, of je nu netjes kerkganger en lid van de jeugdvereniging bent geweest of je hebt je uitgeleefd in de wereld. Daar sta je. ‘Kom binnen!’ Of: ‘Ik heb je nooit gekend.’ Wat zal Zijn antwoord zijn als je daar voor de poort kom te staan en je naar binnen wil gaan?

Eén ding is nodig. Het is de vraag van de Heere Jezus: ‘Heb je Mij lief?’ Waar ben je? Wie ben je? Kom, vertel het. Zeg het tegen jezelf. Nu, op dit moment. ‘Heere, U weet alle dingen, U weet dat ik U...’ Vul het eens in. Even stil. Stille tijd. Om na te denken. Als Hij mij roept, als het tijd is om te gaan, waar ga ik dan heen?

Een nieuw seizoen breekt aan. Je word weer uitgenodigd om samen met vrienden, leeftijdgenoten de Bijbel op te slaan. En te leren wie je bent en Wie Hij is. Ik wens je een goed seizoen. Misschien kun je alle vragen nog niet beantwoorden. Ga dan vooral op zoek. Wie zoekt, zal vinden. Hij zegent jongeren die Hem nodig hebben. Die niet zonder Hem kunnen, vandaag niet, morgen niet en straks ook niet. Kom er bij. Samen met je vrienden. Die neem je toch zeker ook mee?

Er ligt een Woord te wachten met een boodschap voor jongeren. Zal ik er een woord uithalen? Speciaal voor jullie. De Heilige Geest zegt het in Handelingen 2 vers 1. Het gaat over jongeren, zonen en dochters. Let je erop? Jongeren gaan in deze tekst voorop. Zo belangrijk vindt de Koning dat Hij jonge onderdanen, jonge soldaten in Zijn leger heeft. Zij gaan voorop en zij zullen profeteren en gezichten zien. Ze zullen de Heere kennen en liefhebben. Wat een heerlijk vooruitzicht. Een blij vooruitzicht… Geniet ervan!

Pinksteren, het feest van de vervulling?

De kerkelijke feestdagen hebben allemaal zo hun eigen kernwoord. Met Kerst gaat het bijvoorbeeld om ‘geboorte’ en met Pasen om ‘opstanding’. Wat is dan het kernwoord voor Pinksteren? Vervulling! We lezen dat woord in de eerste vier verzen van Handelingen 2, in totaal drie maal: ‘En als de dag van het Pinksterfeest vervuld werd’, ‘Het hele huis werd vervuld’ en tot slot ‘En zij werden allen vervuld’. Een driewerf ‘vervuld’.

Maar waarom dit drievoudige ‘vervuld’? Wel allereerst is nu vervuld wat in en door het wekenfeest, de naam voor pinksterfeest in het Oude Testament, uitgebeeld werd. Het wekenfeest was als het ware de schaduw van het Pinksteren uit Handelingen 2. Het is zover, hier werd zolang naar uitgezien! Nu breekt aan wat God beloofde. De schaduw wordt verruild voor de werkelijkheid. Dan is wel het allereerste dat opvalt dat het wekenfeest vijftig dagen na Pesach gevierd wordt. Hoe veel betekenend. Als er geen Goede Vrijdag en Pasen zijn, is er geen Pinksteren. De Geest kan uitgestort worden omdat de Heere Jezus Zijn werk volbracht heeft. Het Lam Gods is gestorven voor de zonden der wereld. Hij stond op ten derde dage. Hij voer ten hemel op vol eer om hemel en aarde te regeren. En dan wordt de Geest uitgestort: de Geest van de Vader en de Zoon.

De Heilige Geest is als het ware Gods levensadem. En God stort Zijn Geest met Pinksteren hier uit op aarde, zodat doden zien Hem in Wie het leven is. Zodat gebondenen Hem zien in Wie vrijheid is, zodat zondaren zien in Wie er vergeving te vinden is, zodat mensen weer Gods beeld gaan vertonen. Ja, zodat de aarde weer vol is van de Gods Heerlijkheid, zodat Christus alle eer ontvangt.

Pinksteren kijkt zo ook vooruit naar de tijd dat het ten volle zo zal zijn, dat de nieuwe hemel en aarde aangebroken zijn, die vervuld zijn van Gods Heerlijkheid. Zijn wij, ook nu al, vervuld van Christus? Waar zijn wij vol van?

Lijdenstijd

Het antwoord is duidelijk: weg met Hem! Wij willen niet dat deze over ons koning is. Opnieuw wordt waar wat Johannes al schreef: Jezus is de Zijnen gekomen en zij hebben Hem niet aangenomen. Hij was en werd veracht.

En toch, úw Koning .. Beseffen we dat met de lijdenstijd? Ieder jaar leven we weer naar Goede Vrijdag en Pasen toe. In de preken, op de JV en clubs wordt stilgestaan bij het lijden van de Heere Jezus Christus. Het Evangelie is zo helder en gedetailleerd geschreven dat je Jezus haast voor ogen ziet. Daar staat Hij, daar gaat Hij, daar hangt Hij!

Jouw koning!? De Heere heeft recht op je leven. Hij heeft je geboren laten worden. De roep in het paradijs geldt nog altijd: mijn zoon, mijn dochter, geef Mij je hart. Leef tot Mijn eer. Wat erg dat alle mensen, jij ook, Jezus niet willen als Koning. Ik wil liever doen wat ik zelf wil. Nou ja, af en toe een beetje luisteren naar God kan geen kwaad. Maar helemaal voor Hem leven? Nee.

Wat een wonder als de ogen van jouw hart open gaan. Voor wie je bent met al je zonde. Maar ook voor Wie Jezus is. De Kruiskoning op weg naar Golgotha. Helemaal en alleen maar gedaan wat Zijn Vader behaagt. Om voor schuldige jonge mensen te sterven.

Hij wil jouw Koning worden en zijn. Deze Kruiskoning is ook de Paaskoning. Overwinnaar over zonde, dood, graf en hel. Wat een toekomst mag je door waar geloof tegemoet gaan. Die begint nu al. De Heilige Geest werkt in je hart zo, dat je je overgeeft aan Hem. Om zo jouw kruis te dragen. Het kruis dat je nee zegt tegen jouw wil en Gods wil leert doen. Hier in beginsel en straks met alle gelovigen volmaakt en eeuwig.

Is Jezus al jouw Koning? Zie toch op Hem!

|